Precies 100 jaar nadat Andreas Schotel voor het eerst als kunstenaar in Esbeek verbleef had de werkgroep Artist in Residence Esbeek (AirE) opnieuw een kunstenaar uitgenodigd om in diens voetsporen Esbeek te observeren en artistiek vast te leggen. Het verblijf van Juliana Rios in 2019 was een groot succes en vele Esbekenaren worden hieraan nog dagelijks herinnerd als ze het viaduct passeren en daar de grote muurschildering van haar hand zien die een blijvend souvenir aan die 3 maanden vormt. 

Het initiatief van AirE bestond er eigenlijk uit om jáárlijks een kunstenaar uit den verre uit te nodigen en op deze wijze Esbeek opnieuw continu vast te lagen leggen, zoals Schotel dat ook 60 opeenvolgende jaren heeft gedaan. Maar de corona pandemie gooide behoorlijk roet in het eten. Er was al wel een kunstenaar geselecteerd, maar gezien alle beperkingen en de problematiek bij het internationaal reizen kon het in 2020 en 2021 telkens niet doorgaan. Nu ziet het er eindelijk beter uit en daarom hopen we de nieuwe Artist in Residence 7 mei aanstaande in Esbeek te ontvangen. 

De voorbereidingen daarvoor zijn op dit moment in volle gang. Voor het verblijf van Juliana Rios had de gemeente het leegstaande schoolgebouw van “de Wingerd” ter beschikking gesteld. Inmiddels heeft deze locatie echter de bestemming tijdelijke bewoning gekregen. Maar een alternatief is gevonden in het voormalige handenarbeidlokaal van de school; het gebouwtje achter het kerkhof. Dit wordt nu door de vrijwilligers van Schotel aangepast om het geschikt te maken als atelierwoning. De centrale ligging in het dorp maakt het ook makkelijk om contact te leggen met de kunstenaar en een kijkje in zijn atelier te nemen. 

Dit voorjaar is het José Luis López Galván die de plaats van Schotel in zal nemen. Deze kunstenaar werd in 1985 in het Mexicaanse Guadalajara geboren en volgde daar aan de universiteit zijn opleiding tot kunstenaar. Het werk van deze nog steeds in Mexico werkzame kunstenaar bestaat uit schilderijen, grafiek en sculptuur. De nadruk lijkt op zijn schilderijen te liggen, waarmee hij in Mexico al enige naam heeft opgebouwd. En deze zijn met recht bijzonder te noemen:

Geïnspireerd door het kleurgebruik van Rembrandt en de fantasievolle vindingrijkheid van Salvador Dalí, wijdt de inmiddels ervaren José Lois zijn werk aan centrale thema's als dood, angst of hypocrisie en probeert hij met zijn werken een beeld van de werkelijkheid te creëren dat nieuwe perspectieven opent voor de kijker.Voor zijn olieverfschilderijen gebruikt hij een grote verscheidenheid aan elementen (vaak dieren of mensen) altijd met als doel "een collage als een geloofwaardig portret van de wereld" te creëren, “maar beter verteerbaar". De kijker moet, volgens de bedoeling van José Luis, tegelijkertijd verrast worden door de verschillen met de werkelijkheid, maar ook iets zien dat hem bekend is en dat hem raakt. Symbolen komen vaak voor in zijn werken. Zo staat de haas voor onschuld en machines voor kou; het masker van Zorro symboliseert bijvoorbeeld hypocrisie.

Men kan hem beschrijven als een verfijnd tekenaar, uitstekende colorist en bezitter van een “koortsachtige verbeeldingskracht”. Hij schuwt het detail in werk zeker niet. De schilderijen zijn fraai uitgewerkt en verre van impressionistisch. Hij heeft een groot vermogen om echte en denkbeeldige vormen samen te voegen en vormen perfect te imiteren om ze, opnieuw samengesteld, deel van een nieuw verhaal in zijn composities te maken, vaak omgeven door geheimzinnige zwarte schaduwen die zijn werken mysterieus maken. Vaak is er sprake van een“verstoord realisme”, iets oogt in eerste instantie normaal, maar is bij nadere beschouwing ontsproten aan de verbeeldingskracht van de kunstenaar die de onderdelen uit zijn compositie blijkt samen te stellen uit onverwachte elementen. Mens- en dierfiguren duiken op in absurde situaties. Die op hun beurt niet zo expliciet bedoeld zijn als dat ze waargenomen kunnen worden. In die zin is zijn werk toch surrealistisch te noemen. Het lijken voortbrengselen van een droom, of komend uit het onderbewuste. 

Maar, hoewel hijzelf deze link niet expliciet benoemd, zullen wij Brabanders in het werk van José Luis ook iets herkennen van het oeuvre van Jeroen Bosch. De verfijnd geschilderde,soms vervormde figuren en fantasierijke wezens, die zijn ontstaan uit de versmelting van mensen, dieren en objecten en daarmee een onwerkelijke wereld tevoorschijn toveren op het doek, maken hem deel van de school van deze grote Brabantse meester. 

Drie maanden lang zal deze Mexicaanse kunstenaar de kans krijgen Esbeek, de omgeving en het landschap, de mensen en hun bezigheden te observeren en te interpreteren. We hopen hem in contact te kunnen brengen met de inwoners van Esbeek, zodat hij ook echt het leven in het dorp leert kennen en zijn verblijf wederzijds vruchtbaar mag zijn. We zijn danook erg benieuwd hoe José Luis, eenmaal in het Esbeekse en letterlijk in het voetspoor van Andreas Schotel tredend, de Esbeekse inspiratiebron zal omzetten in zijn werken. 

De Vrienden van Andreas Schotel, Werkgroep AirE

Danny van Vliembergen

Op a.s. vrijdag 25 januari om 20 uur houdt de Stichting Vrienden van Andreas Schotel in Schuttershof haar jaarlijkse culturele avond waarbij de etsen worden geruild. Wij nodigen iedereen van harte uit hierbij aanwezig te zijn.

Op deze avond is Brabants Landschap onze speciale gast. Haar nieuwe directeur Joris Hogenboom zal vertellen over de algemene strategie t.a.v. het beheer van hun natuurgebieden. Wim de Jong zal specifiek ingaan op de grootschalige natuur herstelwerkzaamheden op de Roovertse Heide, gelegen tegen de Spaaneindsestraat in Esbeek.

Het huisje van Andreas Schotel, de Schuttel, staat op het gebied van Brabants Landschap. Door de samenwerking met hen hebben we het huisje in 2001 kunnen restaureren en zo kunnen behouden. Als onderdeel van de Andreas Schotel kunst- en wandelroute, die voor een behoorlijk deel door de bossen van Brabants Landschap loopt, komen er jaarlijks vele wandelaars een kijkje nemen bij dit voormalige zomerverblijf van Schotel. Door de lange periode, ongeveer 60 jaar, die Schotel in Esbeek heeft doorgebracht is het leven en werken van deze kunstenaar sterk verbonden met dit gebied van Brabants Landschap, voorheen de Oranje Bond.

Door de verbondenheid van Schotel met dit stuk natuur en met de actualiteit van de natuur herstelwerkzaamheden leek het ons een goed idee Brabants Landschap op deze avond uit te nodigen.

Zowel leden als niet leden zijn van harte welkom op deze avond. Velen zijn benieuwd naar de nieuwe inrichting van dit bijzondere natuurgebied: de Roovertse Heide. Op deze avond zal dat duidelijk worden.

Met vriendelijke groeten

Bestuur Vrienden van Andreas Schotel 

In de nalatenschap van Andreas Schotel zijn ook boeken naar het museum meegekomen, zowel literaire als kunstboeken. Op zich niets bijzonders voor iemand die met hulp van boeken zijn nieuwsgierigheid wil bevredigen en zijn honger naar kennis wil stillen. Toch valt er iets merkwaardigs op, als wij af en toe een boek ter hand nemen. Voor Schotel moet een boek niet ‘heilig’ geweest zijn, maar een gebruiksobject, want hij maakt er – meestal met potlood, soms met inkt  – aantekeningen in of passages zijn onderstreept. Ook liggen er briefjes in met korte teksten die hij voor zichzelf wil vasthouden. Wat hij opgeschreven heeft, heeft veelal niets met de inhoud van het boek te maken, waarin het papiertje ligt. 

Bij meerdere boeken heeft hij getekende schetsen op de schutbladen gemaakt. In een Almanach van Piper & Co heeft hij tweemaal binnen een staand kader een interieur met een zittende figuur (linker aan de piano?) met rake lijnen snel geschetst. Je krijgt de indruk, dat hij dit in directe observatie heeft gedaan en niet eerst naar een blad papier op zoek is gegaan, maar de blanco schutbladen heeft benut van het boek dat hij juist aan het bekijken was (afb. 1). 

Op de schutbladen van een boek van de kunsthistoricus Franz Dülberg over Frans Hals heeft hij op het linker blad twee vogelvluchtgezichten met boten summier geschetst, die in concept sterk aan de etsen met binnenschepen aan de kade bij de Boompjes doen denken (afb. 3 en 4). Op het rechter blad is een naar beneden kijkende, vermoedelijk lezende vrouw met haar hand onder haar hoofd vlot geschetst. Daarboven maakt hij notities over hoe modellen af te beelden: “1. bijna alle modellen lichtvalling van links (atelier), 2. de koppen bijna alle 3/4 naar rechts alle vrouwen naar links, 3. of kop, of half figuur, of kniefiguur of geheel ten voeten uit, 4. alle 1 figuurpanelen hoogteformaat, meerdere figuren in breedteformaat, 5” (afb. 2).

In het boek over Breughel van Kurt Pfister schetst hij links een kluwen van figuren, die aan de Vredes-aquarel doet denken (afb. 5)  of met tekeningen van mensenmassa’s te maken lijkt te hebben. Op het rechter blad schetst hij driemaal hetzelfde panoramische riviergezicht (afb. 6). In de kern hebben ze waarschijnlijk te maken met de ets van de Nieuwe Maas, die overigens uit 1962 zou dateren (afb. 7).

In het boek van Pfister ligt een los papiertje met technische opmerkingen: “Het afspringen der etsgrond. De oorzaak  daarvan: te snelle verhitting door bijtende zuur, terwijl de plaat zelf nog te koud is gebleven” De etsgrond is de laag die op de zinken of koperen etsplaat wordt aangebracht en waarin wordt geëtst met etsnaald. Deze laag beschermt de plaat voor het invreten van het bijtende zuur en waar de laag bewerkt is kan het zuur zijn werk doen en ontstaat de tekening voor de afdruk in spiegelbeeld. Eronder schrijft Schotel: “maniere om te zwaar gearceerde vlakken minder sterk te maken. Plak of Druk de natte etsafdruk op de achterkant der etsplaat en klop met puntige ijzeren hamer op vlakke steen de zwarte deelen eruit”. Onderin drie summiere schetsjes met “afdruk” en “tegendruk” (afb. 8). Vermoedelijk heeft hij dit voor zichzelf opgeschreven. Eveneens technisch van aard is de schets van drukrollen tegenover de titelpagina in het boek Der nackte Mensch in der Kunst aller Zeiten door Wilhelm Hausenstein, in 1918 uitgegeven door Reinhard Piper & Co te München. Bovenin de tekst “3 soorten rollen klein en groot moet aangeschoven kunnen worden” , “verschillende druk”, “bij het terughalen doet het niets” en het onderste schetsje doet sterk aan de werking van het schoonmaakapparaat Mari denken, waarmee Proost en Schotel de schone druktechniek bewerkstelligden (afb. 9). Heeft Schotel hiermee het procedé willen uitleggen of staat het aan de basis hun vinding (afb. 10). Of is het soms toch met het handschrift van Jo Proost, alhoewel dat niet waarschijnlijk is. Het blijft gissen.

Deze voorbeelden geven aan, hoe Schotel boeken gebruikt, hetgeen wij ook in het Hercules Segers-artikel al zagen. Wel valt op, dat het allemaal Duitse uitgaven zijn een Piper Almanach uit de jaren 1910 en boeken van bekende, productieve Duitse schrijvers Franz Dülberg (1873-1934), Wilhelm Hausenstein (1882-1957) en Kurt Pfister (1895-1951). Het zou goed denkbaar zijn dat hij deze boeken van Johannes Proost heeft gekregen, omdat die in de jaren 1910 en 1920 veel voor de Communistische Partij Holland in Duitsland verbleef om zijn heimelijke en conspiratieve werk te doen. Maar hij kan ze ook antiquarisch aangeschaft hebben. In  ieder geval gebruikt Schotel de boeken “extra effectief” en is het interessant om aandacht aan de schetsen op schutbladen in boeken te besteden.

Peter Thoben, conservator

Stichting Vrienden van Andreas Schotel

Dorpsstraat 2, 5085 EG, Esbeek | 06 23 154 233 | info@andreasschotel.nl

De Vrienden van Andreas Schotel wordt gesteund door:

Concept, ontwerp & realisatie website: Pulles Media Design