27

01 2023

Terugblik 2022

Terugblik 2022 Na twee lastige jaren waarin het coronavirus enkele keren tot lockdowns en vele beperkingen heeft geleid, zijn wij toch genoodzaakt het jaar nog in lockdown te beginnen. Kort voor de ingang van die laatste lockdown was de tentoonstelling Paarden bij Schotel op 4 december 2021 ingericht, zodat deze na het weer opengaan van het museum is blijven hangen tot en met 15 mei. Voor de volgende expositie hebben wij de museumcollectie doorgelopen op werktuigen als hulpmiddelen bij de boerenarbeid. Is het aanvankelijk nog handgerei, maar meer en meer worden het machines om het werk gemakkelijker en sneller te kunnen uitvoeren. Onder de titel Boerenwerk: spitten, wieden, ploegen, eggen, maaien, dorsen gaat de tentoonstelling op 21 mei van start en loopt tot en met 28 augustus. Voor de tentoonstelling daarna hebben wij ons gericht op Korenmijten & hooibergen, die op etsen, tekeningen en aquarellen van Andreas Schotel veel voorkomen, maar vandaag de dag nagenoeg uit het landschap of bij de boerderij zijn verdwenen, omdat deze boerenbouwsels hun oorspronkelijke functie hebben verloren. Tot en met 20 november blijft de expositie hangen. In het kader van het beleid om jaarlijks een expositie te organiseren die niet op basis van de museumcollectie is samengesteld, komt na de jubileumtentoonstelling van Jan Naaijkens in 2019 een expositie rondom het werk van diens vriend Janus Kluijtmans in aanmerking. Een selectie van tekeningen en aquarellen uit de collectie van Piet Simons maakt die presentatie mogelijk onder de titel Tekenwerk. Janus Kluijtmans (1919-2004), die van 27 november nog t/m 12 februari 2023 te zien zal zijn. Op zondag 11 december is er een middag georganiseerd, waarbij Ruud Severijns die met Janus heeft samen geschilderd, herinneringen heeft opgehaald na een welkom met kunsthistorisch achtergrondverhaal door de conservator. Een activiteit die bij de aanwezigen in de smaak is gevallen. Uit Nuenen bereikt ons het verzoek om een drietal werken van Johannes Proost in bruikleen te geven voor de tentoonstelling Verfstreken die (verlaat) in het kader van ‘Nuenen, Gerwen en Nederwettten 200 jaar’ in ’t Weefhuis van 20 augustus tot 12 september plaatsvindt. Overigens heeft conservator Peter Thoben op 9 september aldaar ter gelegenheid van de Open Monumentendag het boek ’t Weefhuis. Van linnenfabriek tot kunstgalerie. De periode Henk Smolders. Een documentatie kunnen presenteren, waaraan hij als auteur heeft meegewerkt. In het dorpsblad ’t Kleppermenneke hebben wij weer maandelijks gelegenheid gekregen om over Andreas Schotel te berichten. De conservator kondigt nieuwe tentoonstellingen aan en belicht uitvoerig diverse Schotelonderwerpen met het nodige beeldmateriaal. Daarnaast is er door verschillende bestuursleden verslag gedaan van de Culturele avond, Artist-in-residence en vrijwilligersmiddag. De jaarlijkse Culturele avond met het onderling ruilen van Schotel-etsen vindt op vrijdag 25 maart plaats. Als spreker is de nieuwe directeur van Brabants Landschap Joris Hogenboom uitgenodigd, die het project Rovertsche Heide met ontbossing c.q. kaalslag toelicht geassisteerd door projectleider Rob Vriens en boswachter Wim de Jong. In De Hilverbode staan diverse artikelen over de museale activiteiten. In het kader van de reeks ‘Hilvarenbeek Museumdorp’ verschijnen de artikelen ‘Paarden bij Schotel’ van de conservator (2 maart) en ‘Esbeek door Mexicaanse ogen’ over artist-in-residence José Luis López Galván (6 juli) van de hand van bestuurs- en werkgroepslid Danny van Vliembergen, dat zelfs op de voorpagina wordt geplaatst. Ook het persbericht van de expositie Korenmijten & hooibergen komt in het weekblad terecht (28 september) en Kees van Kemenade belicht de expositie van Janus Kluijtmans (7 december). Voor artikelen van Frans Aarts hebben wij – zoals in het verleden – beeldmateriaal beschikbaar gesteld, maar die stukken moeten nog verschijnen in het blad D’n Uytbeyndel van de heemkundekring H.N. Ouwerling te Deurne. Verder moet vastgesteld worden, dat er sprake is van een toename van de vragen over grafisch werk van Schotel en andere kunstenaars. Soms heeft dat geleid tot uitgebreid e-mailverkeer. Aanwinsten dit jaar zijn een reeks houtsneden van Nans (Ferdinanda) van Leeuwen (1900-1995), die zij tijdens haar studie op de Rijksacademie te Amsterdam omstreeks 1920 heeft gemaakt. Ze zijn geschonken door familie van Anna Charlotte Rolandus (1899-1993), die met haar op de Rijksacademie heeft gestudeerd. Ze passen thematisch in de museumcollectie, maar het is tevens een aardig toeval dat zij – lerares van 1922 tot 1962 aan de Industrieschool van Meisjes in Rotterdam – lange tijd in tuindorp Vreewijk heeft gewoond, waar Schotel vanaf 1938 zijn domicilie heeft. Of ze elkaar hebben gekend, is niet bekend. Om alle – al dan niet in passe-partout gezette werken – beter geselecteerd te kunnen opbergen zijn er nieuwe ladekasten aangekocht. Van John de Jong hebben wij een aluminium plaat geschonken gekregen om de titels van de exposities aantrekkelijker te presenteren. De werkgroep, die voor de invulling van de beeldentuin steeds zorg draagt, heeft besloten om die te verplaatsen van het Spaaneind naar het grondstuk van de familie Verhoeven aan de Groenstraat onder de nieuwe naam S.E.E., dat staat voor Sculpture Expo Esbeek. Op 21 mei is de beeldentuin na een kort woordje van organisator Hannes Verhoeven door artist-in-residence José Luis López Galván geopend. Al direct na aankomst kon hij met de Esbekenaren mee naar het Oostenrijkse Hinterstoder om de toegekende Europese Dorpsvernieuwingsprijs in goud in ontvangst te nemen. Zijn Esbeekse verblijf van drie maanden is op 29 juli afgesloten met de onthulling van zijn wandschildering op de voorgevel van Schuttershof als blijvend cadeau aan de dorpsgemeenschap tezamen met een expositie van de tijdens het verblijf gemaakte tekeningen en schilderijen. Van deze werken zijn 4 schilderijen en 15 tekeningen in Esbeek achtergebleven. Het was een drukke, geanimeerde avond bij prachtig zomerweer. Daarbij is de eerste artist-in-residence van 2019 Juliana Rios Martinez uit Colombia eveneens overgekomen. In het Brabants Dagblad van 21 juni wordt door journaliste Noëlle Zarges een hele pagina aan Galván’s verblijf in Esbeek besteed en op 29 juli aan de wandschildering. Tot een nieuwe editie Park en Schotel is het nog niet gekomen; maar wat in het vat zit, verzuurt niet. Een bijeenkomst met alle vrijwilligers die de motor van het Schotelgebeuren vormen, kan na twee jaar weer plaatsvinden. Op 14 oktober wordt een vrijwilligersmiddag gehouden, waarbij de Beeldentuin S.E.E met uitleg van Hannes Verhoeven bezocht wordt en de conservator uitleg geeft over de organisatie van een tentoonstelling aan de hand van de lopende expositie Korenmijten & hooibergen. Van steunpilaar Kees Ketelaars wordt afscheid genomen, alhoewel uit zijn reactie blijkt dat hij bereid is nog hand- en spandiensten te verlenen. Met een drankje en hapje wordt de regenachtige middag op informele wijze afgesloten. De werkgroep die geregeld de etsworkshop gaf, is gestopt. Wel is er een nieuwe groep samengesteld voor het onderhoud van de wandelroute om schildersezels, koffiehuisje, De Schuttel en sculpturen van tijd tot tijd een schoonmaakbeurt te geven en kleine reparaties uit te voeren. Ook de rondleidingen zijn mondjesmaat op gang gekomen, waarmee de bestuursleden en gidsen zich hebben beziggehouden. Door bestuur en vrijwilligers is weer geparticipeerd in activiteiten zoals De Zomerschool. Helaas kon NL Doet geen doorgang vinden. Het gevoel dat de afgelopen coronajaren belemmerend hebben gewerkt, hebben wij kunnen afschudden, wij hebben de draad weer kunnen oppakken en in daden kunnen omzetten. Als vanouds is van de Andreas Schotel kunst- en wandelroute weer druk gebruik gemaakt. Hoewel het op sommige momenten tamelijk druk was, is er van filevorming nog geen sprake geweest. Met het nieuwe jaar komt er weer ruimte voor nieuwe ideeën en uitdagingen. Peter Thoben, conservator

Elke keer proberen we op basis van de museumcollectie een onderwerp of thema voor een wisseltentoonstelling te bedenken. Zo hebben wij onderwerpen en thema’s zoals oogsten, dorsen, portretten, vrouwen, natuur, paarden etc. al eens belicht. Voor de lopende expositie onder de titel Boerenwerk hebben we ingezoomd op handgerei, werktuigen en machines; allemaal hulpmiddelen bij het boerenwerk. Eigenlijk is het interessant met de blik van nu te kijken naar het verleden, waarin Andreas Schotel al dan niet bewust de veranderingen in de landbouw op zijn etsen heeft weergegeven. Natuurlijk weten we dondersgoed dat de tijden steeds veranderen, maar wij staan er niet altijd bij stil. 

Een boerenbouwsel dat op de etsen, tekeningen en aquarellen van Andreas Schotel voorkomt is de korenmijt en de hooiberg. Op zoek naar deze manier van graanopslag blijkt, dat op veel etsen en aquarellen bij Schotel korenmijten en éénroedige mijten of paraplumijten in het landschap of bij de boerderij voorkomen, maar ze zijn ook zichtbaar bij het optassen van de rogge of bij het mechanisch dorsen met de dorskast. Korenmijten, hooibergen of kapbergen zijn elementen die vroeger op het platteland alom aanwezig waren, maar nu nog met grote uitzondering worden aangetroffen. De ets ‘Larixtak met twee horizonten’ uit 1946 illustreert de aanwezigheid van mijten overduidelijk. Hooi wordt nu tot balen geperst en in de schuur opgeslagen, gras wordt na het maaien eerder ingekuild. Mijten zijn bouwsels die hun oorspronkelijke functie verloren hebben en daarom als overbodige objecten nagenoeg verdwenen zijn uit het boerenlandschap. 

Op zeventiende-eeuwse schilderijen, tekeningen en etsen van Nederlandse schilders bijv. Gerard ter Borch, Rembrandt van Rijn of Herman Saftleven zijn vier- of vijfroedige hooibergen afgebeeld. Ze staan vaak aan de waterkant en zijn voor de opslag van hooi bedoeld, wat typisch voor Holland is. De kap kan langs de staanders op en neer bewogen worden afhankelijk van de hoeveelheid hooi of stro die opgeslagen moet worden en droog moet blijven. Volgens de auteurs Sjef Hendrikx en George Dirven komen in Noord-Brabant vermoedelijk vanaf de achttiende eeuw éénroedige hooibergen voor. De roede in het midden is een eiken stam van 7 meter lang, waar een strooien kap met een diameter van zes of zeven meter langs geschoven en met een ijzeren pin op juiste hoogte geborgd/vastgezet kan worden. In Esbeek heeft Schotel zo’n paraplumijt gezien aan de Groenstraat. De andere etsen en aquarellen met een paraplumijt zou hij in België begin jaren 1950 geobserveerd hebben. 

Veel vaker is de korenmijt – ook wel graanmijt, roggemijt of havermijt genoemd – te zien op de etsen van Schotel en dat is niet zo vreemd. Na het maaien moet het koren (rogge of haver) tijdelijk opgeslagen worden om later in de winter gedorst te worden. De bouw ervan moet met vakmanschap geschieden. Op een bed van takken met een doorsnee van zes tot zeven meter worden de schoven systematisch opgetast en afgedekt met schoven om het water af te geleiden. Veldmuizen maar ook bunzing bezoeken de korenmijten om zich aan de graankorrels te goed te doen. Meerdere mijten staan op een hoek van een akker, waar het ongedorste graan met een dorsmolen of verplaatsbare dorskast wordt gedorst. Ook staan dergelijke korenmijten op het erf in de buurt van de schuur, wanneer de dorsmachine in de schuur door een paard in de manege of rosmolen buiten wordt aangedreven. Voor de mechanisatie gebeurt het dorsen handmatig met een dorsvlegel (steel met een bewegend slaghout), die door meerdere dorsers tezamen ritmisch wordt gehanteerd op de vloer van de deel van de boerderij. Met de introductie van de maaidorser of combine in de jaren 1960 is de tijdelijke opslag niet langer nodig en verdwijnen de korenmijten. 

Korenmijten en hooibergen is een onderwerp, waar niet direct veel onderzoek naar is gedaan. Daarom hebben we besloten om de volgende expositie die eind augustus ingericht wordt, aan dit onderwerp te wijden. Bij dit artikel beelden wij alvast een keuze uit het beschikbare werk van Andreas Schotel af. 

Peter Thoben, conservator

De Beeldentuin aan de Andreas Kunst- en Wandelroute had de afgelopen jaren zijn plek bij het Schotels metershoge beeld van de Houthakker aan de Spaaneindsestraat. De werkgroep Park & Schotel heeft besloten een nieuwe beeldentuin te openen onder de naam SEE, dat staat voor Sculpture Expo Esbeek, en is gehuisvest aan de Groenstraat 2a op het terrein van de familie Verhoeven. Op zaterdag 21 mei jl. is de beeldentuin na een kort woordje van organisator Hannes Verhoeven geopend door de Mexicaanse artist-in-residence José Luis López Galván, die enkele maanden in het dorp verblijft.

Wie het terrein betreedt, ontmoet eerst enkele beelden van Hannes Verhoeven die wij al eerder in de vorige beeldentuin hebben gezien. Ook kan er een kijkje in zijn atelier annex galerie genomen worden met zijn mens-diersculpturen. Wandelen wij verder dan openen zich weiden, waar beelden verspreid opgesteld staan. Aan een schaapskooi hangt tegen de wand een ‘autowrak’ Skeleton van de Rotterdamse beeldhouwer Olaf Mooij. Het aangekochte beeld Mitose van zijn hand is naar hier overgebracht. 

Alle aandacht wordt getrokken door een stapeling van blokken piepschuim in de vorm van een dierfiguur weliswaar met drie poten, die doet denken aan een hond en de suggestie van een poedel oproept. En heeft inmiddels de titel Poedel van Esbeek gekregen. De monumentale sculptuur is gerecycled van onderdelen van een eerder beschadigd beeld en past in het oeuvre van de maker/bedenker Tom Claassen (Heerlen 1964) uit Breda. Hij is bekend van beelden van dieren en mensen, die vereenvoudigd zijn tot een compact en volrond volume met heldere contour, waardoor ze een monumentale uitstraling hebben.  Op diverse locaties in Nederland hebben zijn beelden in de openbare ruimte een plaats gekregen zoals de Mol in Best. Ook zijn er een liggende en staande Berchemer Buffel van Claassen in kunststof geëxposeerd in de nabijheid van recente draadsculpturen van Hannes Verhoeven.

Wat langer wil ik stilstaan bij de andere exposant, de Brabantse kunstenaar Harry Verhoeven (Goirle 1950) met zijn beelden in cortenstaal. Via een omweg van metselaar, technisch tekenaar/ontwerper en leraar in het beroepsonderwijs vindt hij zijn bestemming in de kunst. Hij studeert ’s avonds aan de Lerarenopleiding van de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg en behaalt er in 1987 de M.O. akte Handvaardigheid. Vanuit een bedrijfsopleiding binnen de bouwbranche richt hij in 1992 de Bouw Educatie Groep te Veldhoven op om het praktijkonderwijs in de bouw te versterken en met name de samenhang tussen de verschillende disciplines.  Wanneer  buurman ASML zijn pand koopt, kan hij de nieuwbouw van het *techniekHuys realiseren. Zijn inzichten verwoordt hij in zijn boek De verwondering van het maken (2007). Toch ziet hij kans naast deze besognes een eigen artistiek oeuvre te realiseren. Harry zit niet stil en wil zich ook graag profileren. Zijn monografie De Kunst van het Kijken en Maken (2013) met de passende ondertitel Van leerling tot meester getuigt daarvan. Zijn beelden staan op meerdere plaatsen in de openbare ruimte in de regio.

In zijn sculpturen is zijn liefde voor ambachtelijk maken en de juiste omgang en toepassing van materialen voelbaar. Bij Harry liggen kunst en ambacht in elkaars verlengde. De reeks geëxposeerde beelden in cortenstaal is karakteristiek voor zijn manier van werken. Als ware hij een architect, ontwerpt en construeert hij zijn beelden in een heldere vormentaal die visueel en esthetisch in balans is, maar door detailleringen en/of toevoegingen van tekens en symbolen een decoratieve inslag kunnen krijgen. De contour bij de diersculpturen is essentieel voor de herkenning en hebben een plat volume in tegenstelling tot de volronde beelden van mede-exposant Tom Claassen. De meer architectonische beelden hebben reminiscenties aan tempeltjes, poorten of stèles uit oudheid en andere culturen. Hij kent de kunstgeschiedenis die voor hem referentie en beeldreservoir zijn. Hij laat zich daardoor inspireren, maar kopieert nooit letterlijk, maar geeft alles zijn eigen artistieke draai. Verhelderend was zijn toelichting over zijn artistieke denkbeelden en drijfveren.

Harry Verhoeven is op een leeftijd gekomen, dat het snijden en lassen van plaatijzer en sjouwen van beelden hem zwaar gaan vallen. Om zich toch artistiek te kunnen uiten werkt hij de laatste jaren aan de serie wandassemblages. Daarin laat hij zijn herinneringen spreken en verwerkt hij nadrukkelijk zijn katholieke opvoeding door verwijzingen naar religieuze symboliek en rituelen. Zelf noemt hij ze wel ‘Brabantse iconen’, maar het zijn beslist geen iconen in traditioneel-orthodoxe zin. Met enige inlevingsgevoel hebben ze misschien wel eenzelfde soort sacrale uitstraling, maar dan geldt dat gevoel vooral voor de maker zelf. 

De beeldentuin aan de Groenstraat is iedere zaterdag open van 11.00 tot 17.00 uur en op afspraak voor groepen, tot en met 29 oktober 2022.

Peter Thoben, conservator

Stichting Vrienden van Andreas Schotel

Dorpsstraat 2, 5085 EG, Esbeek | 06 23 154 233 | info@andreasschotel.nl

De Vrienden van Andreas Schotel wordt gesteund door:

Concept, ontwerp & realisatie website: Pulles Media Design