Het bleef twee jaar stil in Esbeek wat de projecten van de Vrienden van Andreas Schotel aangaat. Hoewel we juist door de Corona-maatregelen meer wandelaars op onze route zagen dan ooit tevoren, moesten zaken als evenementen rondom de Beeldentuin en het Artist in Residence Esbeek project (AIRE) in de ijskast gezet worden. Dit voorjaar konden we eindelijk de geselecteerde Mexicaanse kunstenaar José Luis López Galván in Esbeek verwelkomen. 

60 Jaar lang observeerde Andreas Schotel Esbeek en omgeving en legde dit vast in zijn kunstwerken. Met dit gegeven als uitgangspunt is in 2019 het AIRE-project gestart. Het ging meteen voortvarend van start met Juliana Rios, aan wier verblijf de grote muurschildering onder het viaduct bij de Groenstraat herinnert. Nu stapt de in 1985 in het Mexicaanse Guadalajara geboren en opgeleide kunstenaar in deze voetsporen. Zijn werk bestaat uit schilderijen, grafiek en sculptuur. De nadruk lijkt op zijn schilderijen te liggen, waarmee hij in Mexico al enige naam heeft opgebouwd.

Galván is sterk beïnvloedt door het werk van meesters als Rembrandt, wiens kleurgebruik en lichtval in zijn werk terug te zien zijn en de vindingrijkheid uit het werk van Salvador Dalí. Mede daardoor doet zijn werk vaak ook sterk denken aan de kunstwerken van Jeroen Bosch. De inmiddels zeer ervaren schilder wijdt zijn werk aan thema’s als dood, angst of hypocrisie en probeert naar eigen zeggen met zijn werken een beeld van de werkelijkheid te creëren dat nieuwe perspectieven opent voor de kijker. Zo combineert hij mensen en dieren in één figuur. Hij gebruikt ook vaak symbolen. De haas staat bij hem voor onschuld. Toen hij meteen na aankomst in Esbeek een haas zag inspireerde hem dat tot het maken van zijn eerste schilderij hier: een haas in harnas, als was het een door Rembrandt geschilderd portret. 

Naar aanleiding van exposities in Mexico wordt over hem geschreven: “Men kan hem beschrijven als een verfijnd tekenaar, uitstekende colorist en bezitter van een ‘koortsachtige verbeeldingskracht’. Hij schuwt het detail in werk zeker niet. De schilderijen zijn fraai uitgewerkt. Hij heeft een groot vermogen om echte en denkbeeldige vormen samen te voegen en vormen perfect te imiteren om ze, opnieuw samengesteld, deel van een nieuw verhaal in zijn composities te maken, vaak omgeven door geheimzinnige zwarte schaduwen die zijn werken mysterieus maken. Vaak oogt iets in eerste instantie normaal, maar is bij nadere beschouwing ontsproten aan de verbeeldingskracht van de kunstenaar”. Of hij door de inspiratie in Esbeek, hij is slechts 1x eerder buiten Mexico geweest, een geheel andere weg in zal slaan is afwachten natuurlijk. Maar de afgelopen weken is hij dagelijks bezig zo veel mogelijk impressies op te doen en die op schetsen en foto’s vast te leggen. Daarbij valt het op dat hij door kleine dingen wordt getroffen die ons niet opvallen omdat wij ze hier gewend zijn. Maar voor iemand met een frisse blik uit Mexico komend zijn het dingen die als bijzonder ogen. En een mogelijke inspiratiebron…

Had Juliana Rios nog de beschikking over het voormalige schoolgebouw, nu is de locatie verplaatst naar het oude handenarbeidlokaal, een losstaand gebouwtje tussen de oude school en de kerk, dus centraal in het dorp. Het is door vrijwilligers opgeknapt en ingericht als atelierwoning, waarin Galván zich ondertussen goed thuis voelt. Dit zal ook de komende jaren als onderkomen voor de artiesten dienen die Galván opvolgen. Bovendien integreert hij al goed in de Esbeekse samenleving, ondanks de beperkingen qua taal.

Naast enkele werken voor de collectie van het Andreas Schotel Museum wil Galván ook iets nalaten voor Esbeek in de publieke ruimte, zoals zijn voorgangster dat deed. Daarom is een nis in de gevel van het Schuttershof gereed gemaakt om er een schildering in aan te brengen. De komende weken kan heel Esbeek en de vele toeristen hem met dit project aan de slag zien. 

Bovendien is het de bedoeling om met een expositie van zijn in Esbeek vervaardigde werk eind juli het verblijf af te sluiten. 

Danny van Vliembergen

Om een museum aantrekkelijk te houden voor bezoekers moet er periodiek iets anders te zien zijn. Daarom organiseren wij zo’n vier wisseltentoonstellingen per jaar. Voor deze wisselexposities wordt op de eerste plaats geput uit de museumverzameling. Rond een speciaal thema of onderwerp zoeken wij werken bij elkaar, snijden die in passe-partout en hangen die in wissellijsten op. Daarbij valt bijv. te denken aan portretten, moeder en kind, naakten, atelier, haven, wederopbouw, oogsten, dorsen, natuur, oorlog, diploma’s enz. Naast werk van Andreas Schotel zijn er ook presentaties rond het werk van Johannes Proost en Magdaleen Rademaker, de twee andere kunstenaars in de museumcollectie. Eén keer per jaar besteden wij aandacht aan een andere, bij voorkeur grafische, kunstenaar.

Soms doen andere musea of tentoonstellingszalen voor bruiklenen een beroep op de collectie en levert dat een idee voor een nieuwe expositie op, zoals de lopende tentoonstelling Paarden bij Schotel. Voor de tentoonstelling Cavalcade. Een stoet van picturale paarden in ’t Kristalijn te Mol-Rauw (B) hebben wij werken met paarden uitgeleend. Maar bij het doorspitten van de collectie blijken er veel meer werken met paarden te zijn. Vandaar de expositie Paarden bij Schotel.

In de geschiedenis zijn mens en paard onafscheidelijk. De mens moest het paard ten eigen nutte temmen (domesticeren) om het bruikbaar te maken als last-, rij- of trekdier. Paarden werden bereden om sneller afstanden af te leggen of om in oorlogen effectief te kunnen opereren. Met paarden, ingespannen voor een kar, koets, trekschuit, wagen, slee of tram, konden grotere vrachten en/of meer mensen over een langere afstand gemakkelijker en sneller vervoerd worden. In het boerenbedrijf werden paarden gebruikt bij het ploegen, eggen en de oogst naar de schuur brengen. In de haven, in de bossen of bij bedrijven werden werkpaarden vooral als trekpaard voor vervoer van goederen, bomen etc. ingezet, maar ook in tred- of rosmolens en in de mijnen. De enorme kracht van het paard heeft de mens altijd benut voor veelzijdige doeleinden. Daarom was het paard een essentieel deel van zijn werkkapitaal. Met de komst van motoren verliest het paard zijn praktische functie als werkpaard en speelt het meer en meer in circus, sport of recreatie een rol. Bij paardenrennen, ruiter- of springsport en paardendressuur wordt het paard ingezet ter ontspanning van mensen. De mens blijft zijn wil nog altijd aan het paard opleggen, maar op een geheel andere manier. 

Het belang van het paard voor de mens blijkt uit de talloze uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegden met verwijzingen naar paarden: Vast in het zadel zitten; Zijn stokpaardje berijden; Een paardenmiddel; De teugels in handen hebben of laten vieren; Een gegeven paard mag men niet in de bek kijken; Het beste paard van stal; Er zijn luxe paarden en werkpaarden; Trekken aan een dood paard; Het paard achter de wagen spannen; Over het paard getild zijn enz. enz. 

In het oeuvre van Andreas Schotel treffen wij veel paarden aan, omdat die vroeger bij veel bezigheden gewoon waren, zowel in het boerenbedrijf als in de stad of in de haven. De veranderde functie van het paard brengt Schotel ook in beeld bij circusacts of in de ruitersport. De huidige tentoonstelling illustreert aardig, hoe normaal het paard vroeger in het alledaagse leven was en geen luxe bezit voor financieel draagkrachtigen zoals tegenwoordig. Door een dergelijk onderwerp/thema van het paard centraal te stellen kunnen wij het werk van Andreas Schotel in een cultuurhistorische perspectief plaatsen. Kort na de inrichting moest het museum vanwege corona dicht, zodat deze expositie nu verlengd is tot medio mei. 

Peter Thoben

Stichting Vrienden van Andreas Schotel

Dorpsstraat 2, 5085 EG, Esbeek | 06 23 154 233 | info@andreasschotel.nl

De Vrienden van Andreas Schotel wordt gesteund door:

Concept, ontwerp & realisatie website: Pulles Media Design