Media

Biografie

Andreas Schotel is op 20 april 1896 in Rotterdam geboren als vijfde van zes kinderen in het gezin van Wessel Hendrik Schotel en Agnes Pieternella Snijders. Twee broertjes overlijden spoedig na de geboorte zodat Dré (Andreas) samen met zijn zus Bep en broers Henk en Wes opgroeit.

Na de lagere school volgt Andreas de MULO. Zijn plezier en talent in tekenen moet al vroeg opgevallen zijn. Omstreeks 1910 wordt hij dan ook tapijttekenaar bij de Koninklijke Kralingse Tapijtfabriek “Werklust” van de firma W.Stevens & Zn te Rotterdam.  Bij deze firma worden naast kokosmatten dan al smyrnatapijten machinaal en handmatig geknoopt, waarvoor bekende architecten, sierkunstenaars en kunstnijveraars ontwerpen leveren.  Met een baas die de Haagse kunstacademie heeft gevolgd, moet Andreas Schotel in een stimulerende omgeving verkeerd hebben, zodat hij de “winteravondcursus” aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen gaat volgen.

In de eerste Wereldoorlog wordt Andreas Schotel opgeroepen voor militaire dienst. Hij is in Noord-Brabant te Goirle en Baarle-Nassau gemobiliseerd. Daar maakt hij vlotte portrettekeningetjes van soldaten en superieuren. Na anderhalf jaar kan hij vervroegd uit dienst met studieverlof en naar de Rotterdamse Academie terugkeren.

Andreas Schotel heeft van directeur Melchior C.Sissingh van de Gasfabriek in Rotterdam toestemming om etsen van de werkzaamheden op diens gasfabriek te maken. Deze serie vormt een hoogtepunt in zijn vroege oeuvre.

Op de academie heeft hij Mies of Maat Gips leren kennen, die er ook leerlinge is. Hij treedt in 1920 met haar in het huwelijk.

Daar hij zich tot het Brabantse landschap aangetrokken voelt, wordt er met de jongere broer van de gasfabriekdirecteur contact gelegd. Deze broer Cornelis J.G.Sissingh is houtvester op landgoed “De Utrecht” en Schotel en zijn vrouw mogen er in 1921 een klein jaar verblijven, maar moeten terugkeren naar Rotterdam vanwege geldgebrek.  Toch blijft hij in de zomermaanden naar Esbeek komen.

In Rotterdam wonen ze op verschillende adressen tot ze in 1937 op Dreef 2 in tuindorp Vreewijk in de deelgemeente Feyenoord definitief hun woonstek vinden.  Inmiddels zijn er 3 dochters geboren. Een groot drama is dat de middelste dochter in 1929 in IJsselmonde door verdrinking overlijdt.

Op het Gemeentelijk Handelsterrein aan de Binnenhaven bij de Rosestraat mag Schotel in 1922 een houten atelier bouwen. Hier trekt hij tot 1967 vrijwel dagelijks heen om er te werken.

Meer vaste grond in Brabant krijgen Schotel en zijn gezin in 1924 onder de voeten, wanneer hij toestemming krijgt  een voormalig tuinhuisje te betrekken. Hij mag het bouwwerkje, dat hij in Kralingen kan kopen, in het bos van de Oranjebond van Orde te Esbeek neerzetten; het zal de naam “De Schuttel” krijgen. Tot aan zijn dood zal Schotel er met zijn gezin en vrienden zestig jaar lang komen in hoofdzaak gedurende de zomermaanden. Zijn genegenheid voor Esbeek bleek uit zijn wens om in Esbeek begraven te worden.

Doordat hij altijd een pied à terre in twee werelden als werkruimte heeft , kent  zijn omvangrijke grafische oeuvre derhalve een deel met Rotterdamse onderwerpen ( arbeiders van gasfabrieken haven, alsmede haven- en stadsgezichten ) en een deel dat in Brabant is ontstaan, waarbij hij zich heeft laten inspireren door het boerenleven en de natuur.

Eind 1923 krijgt Schotel contact met Johannes Proost. Na een verblijf van twee jaar als afgevaardigde van de Communistische Partij Holland in Moskou, keert Proost terug naar de stad Rotterdam, waar hij zijn artistieke activiteiten zoals het etsen weer lijkt op te pakken. In de jaren die volgen groeit er een vriendschapsband op met Andreas Schotel.  Vermoedelijk op initiatief van Johannes Proost , wiens etsen vanaf deze tijd door Schotel worden gedrukt, gaan ze ambachtelijk-technisch experimenteren om de zogeheten”schone druktechniek” te ontwikkelen. Het komt erop neer dat ze de etsen niet met een film inkttoon afdrukken maar zo schoon mogelijk, waardoor de zwart-wit ets qua beeld krachtiger wordt en niet door een inktsluier groezelig of schilderachtiger zoals bij de negentiende-eeuwse etsen van de schilder-graveurs. Daarbij gebruiken ze geen chemische inkten, maar zelf vervaardigde inkten op basis van olie of vernis met pigmenten van verbrande houtresten, beenderen of schoorsteenroet, waardoor een intensere zwarting mogelijk is bij een vastere, taaie inktmaterie. Ze ontwikkelen een eigen schoonmaakapparaat onder de naam “Mari” om de plaattoon, door verwarming van de etsplaat, zo schoon mogelijk te vegen.

Na de oorlog komt Magdaleen Rademaker nadrukkelijker in beeld.  Ook zij is bijzonder in de etstechniek geïnteresseerd. Leen gaat voor Schotel allerlei klusjes doen en poseert naakt voor hem, wat een flink aantal etsen in vernis mou en aquatint oplevert. Uit de prenten blijkt dat de kunstenaar enorm door haar gestimuleerd wordt. Voor de buitenwereld is zij zijn “leerlinge”. Hun vriendschap groeit uit tot een intieme relatie.  Leen heeft een loopbaan in het onderwijs.

Als onderwijzeres kan ze zich natuurlijk alleen in haar vrije tijd en met name in de vakanties  met de vervaardiging van etsen bezig houden. De vakanties zal zij nogal eens in de nabijheid van Schotel en diens gezinsleden in de Schuttel doorbrengen.

Na haar vervroegd pensioen op haar 54e, krijgt ze alle tijd om met Schotel op stap te gaan, tentoonstellingen te bezoeken maar ook om afdrukken van Schotels etsen her en der af te leveren, want er is juist op het eind van zijn leven grote belangstelling voor zijn werk. In toenemende mate krijgt ze van Schotel de opdracht om over de artistieke nalatenschap van hem en die van Proost te waken.

Na de dood van Schotel wordt de bestaande garage bij haar huis aan de Rijsdijk omgebouwd tot museum. In 1986 gaat het museum officieel open. Met energie gaat ze plichtsgetrouw, perfectionistisch en ietwat rechtlijnig aan de slag.

Met de Stichting Vrienden van Andreas Schotel te Esbeek (1981) zijn in de loop van tijd hechte banden ontstaan. Als Leen dan ook de 80 gepasseerd is en er voor het museum met inhoud een toekomstperspectief moet komen ligt het dan ook voor de hand dat de Vrienden van Andreas Schotel een rol gaan spelen, want die hebben haar altijd met veel  egards ontvangen en geholpen. Met ingang van 1 januari 2006 ontstaat het bestuur van de Stichting tot Beheer en Behoud van de Kunstwerken van Andreas Schotel en Johannes Proost. Op 17 mei 2009 wordt in Esbeek het Andreas Schotel Museum officieel geopend.